Hoofd, hart en handen

In gesprek met Anke de Vrieze over het verbinden van artistiek onderzoek met wetenschap

 

28 februari 2021

Sociaal en cultureel antropoloog Anke de Vrieze is als docent verbonden aan de leerstoelgroep Rurale Sociologie bij de Wageningen Universiteit. Zij is coördinator van het Centre for Space, Place and Society, een samenwerking tussen vier onderzoeksgroepen die zich richt op meer gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en verbinding in de wetenschap en in de inrichting van onze ruimtelijke omgeving. Binnen dit netwerk heeft zij samen met collega Meghann Ormond de PhD-cursus Transformative and Participatory Qualitative Research Approaches and Methods ontwikkeld en de Transfomative Learning Hub geïnitieerd. In de PhD cursus maken deelnemers kennis met kwalitatieve onderzoeksmethoden, waaronder arts-based en creatieve methoden. Ons gesprek richtte zich op de vraag hoe artistiek en wetenschappelijk onderzoek zich tot elkaar verhouden. 

Heidi Linck: Wat was de aanleiding om deze cursus te ontwikkelen?

Anke de Vrieze: Veel studenten zijn zeer gepassioneerd over het onderwerp van hun studie. Zij willen niet alleen theoretische kennis opdoen, maar ook leren wat zij zelf kunnen doen, hoe zij straks een bijdrage kunnen leveren aan een probleem. Aan het einde van hun studie hebben ze alles geleerd over de problematiek, maar weten ze nog niet wat ze kunnen doen. We stelden vast dat het wetenschappelijk onderzoek, en de communicatie daarover, vooral vanuit het hoofd gebeurt en dat we andere manieren van leren en van communiceren nodig hadden. We zagen dat arts-based en creatieve methoden van onderzoek meer vanuit het hart en de handen komen en meer het laterale denken aanspreken. 

Om meer holistisch te denken en om meer mensen een stem te geven, wilden wij hier ruimte voor creëren. Arts-based methoden nodigen andere manieren van uitdrukken uit. En geven daarmee ook aan mensen die in een gewoon gesprek hun stem niet kunnen laten horen. Toen er een kans voorbij kwam om nieuwe vakken op te zetten, stelde mijn collega Meghann Ormond voor om deze PhD-cursus rondom participatief en transformatief onderzoek te ontwikkelen. We merkten meteen dat er vraag naar is, want de cursus zit vol en er is zelfs een wachtlijst!

 

HL: Wat voor onderzoeksmethoden komen in deze cursus aan de orde? 

AdV: De focus in dit vak ligt op het doen van participatief onderzoek, waarbij onderzoeker en deelnemers gezamenlijk kennis creëren. Vaak zit hier ook een actie-component aan, en is het onderzoek gericht is op het bewerkstelligen van een positieve verandering. Voor wie, met wie en op welke wijze – dat zijn vragen waar we ons in het vak over buigen. De methoden die aan bod komen, zijn voor een belangrijk deel gericht op het co-creëren van kennis en het werken met groepen. In participatief onderzoek verschuift de rol van de onderzoeker namelijk van ‘expert’ en ‘kennis-eigenaar’ meer naar ‘kennismakelaar’ of ‘facilitator’. En dat vraagt om andere manieren van onderzoek doen.  Een belangrijke inspiratiebron voor arts-based en creatieve methoden die we gebruiken, is de toolkit die ik eerder samenstelde met vijf collega’s uit het onderzoeksproject SUSPLACE. Voorbeelden zijn collages maken, een gedicht schrijven, verschillende vormen van ‘mapping’ – methoden die gericht zijn op het ontsluiten van belichaamde kennis en het intuïtieve aanspreken. Ik werk bijvoorbeeld met kaarten, waar deelnemers er een uit kiezen en daar over vertellen als opening van een gesprek. Visuele en sensorische methoden van onderzoek uit de antropologie en culturele geografie komen ook aan bod.

Van het artistiek onderzoek, dat natuurlijk ook een eigen traditie heeft, weet ik eigenlijk heel weinig, maar het is altijd een grote interesse in mijn werk geweest en daarom zoek ik ook voortdurend samenwerking met kunstenaars. 

 

HL: Met welke kunstenaars werk je samen?

AdV: Ik heb samengewerkt met Sietske Klooster, zij is ontwerpend onderzoeker, in het project de Melksalon. Ik vond dat heel inspirerend omdat zij werkt vanuit het lichaam en beweging. Zelf dans ik graag en doe ik somatisch werk, daarom ben ik mij bewust van wat het lichaam ons te vertellen heeft en welke toegang tot kennis het lichaam ons kan geven. Met boeren onderzocht zij wat de toekomst van onze melksector is en hoe we een nieuwe melkcultuur en melklandschap kunnen ontwikkelen. 

Nu werk ik met Emke Idema, een theatermaker in Amsterdam. Zij maakt interactief werk in de vorm van spellen. Ze heeft een science-fiction spel ‘Forest’ gemaakt, waarin de bomen het over nemen van de mens en waarin mensen steeds keuzes moeten maken over de ruimte. Wat ik interessant vind is dat zij een interventie doet, waar wij als wetenschappers vaak worden geacht het te houden bij observaties, en afstand te houden. Samen onderzoeken we nu, welke kennis er voort komt uit het spel.

Pascale Gatzen, hoofd van de Master Fashion Design aan ArtEZ in Arnhem, heeft een linnenproject, in een dorp Hemmen. Daar verbouwt ze vlas en daar betrekt zij haar studenten bij. Door dat werk schept zij ook een verbinding tussen het werken met het hoofd en het werken met de handen. 

Mijn ontmoetingen met deze kunstenaars komt voort uit mijn persoonlijke interesse, die brengt mij op de plekken waar ik deze mensen tegenkom. 

 

AdV: Maar vertel jij ook eens wat over je werk. Ik ben zo benieuwd wat jij allemaal doet.

HL: In mijn werk ga ik steeds een relatie aan met een plek die zijn oorspronkelijke functie heeft verloren. Het zijn meestal verlaten gebouwen, braakliggende terreinen en oningevulde gebieden. Wachtende gronden. Die plekken fascineren mij omdat er zoveel tijdlagen door elkaar heen lopen en omdat zij zich in een staat van het ongeplande bevinden. In het volledig ontworpen Nederlandse landschap is dat uitzonderlijk. Ik geloof dat die plekken waarden hebben juist nu ze geen commercieel nut meer vervullen. Mijn relatie met een plek bestaat er uit dat ik de plek regelmatig bezoek en als het kan er ook verblijf en dat ik wil weten hoe de plek is geworden zoals hij nu is. En dan ontstaat er een artistiek onderzoek, volgens een proces dat zich stap voor stap ontvouwt, net als zoals een schilder een schilderij maakt. Laag voor laag. Aanvankelijk deed ik op basis van dat onderzoek ter plekke een ruimtelijke ingreep met als doel dat de plek opnieuw gezien zou worden. Met mijn werk wil ik namelijk niet de aandacht op een object dat ik maak vestigen, maar juist op de omgeving waar ik het plaats. Toen ik op een gegeven moment in een vervallen kassencomplex meer sociale interventies deed, zei een deelnemer: “Jij kunt een plek veranderen, zonder hem aan te raken.” Toen realiseerde ik mij dat mijn onderzoek, dat veelal ook participatief van aard is, op zichzelf het kunstwerk kan zijn. Dat een fysieke toevoeging niet altijd nodig is. En sindsdien kies ik steeds uit verschillende mogelijkheden, wel of niet fysiek ingrijpen, op basis van waar de plek mij om vraagt. 

 

AdV: En wat is volgens jou artistiek onderzoek?

HL: Ik denk dat er op die vraag evenveel antwoorden bestaan als op de vraag wat kunst is. Voor mij is iets artistiek onderzoek als op basis van sensorische en emotionele percepties vormen van subjectieve kennis worden gegenereerd. En dat het, net als bij andere vormen van kunst, nieuwe en onverwachte betekenissen genereert, die op een oorspronkelijke manier worden bevraagd, onderzocht en gepresenteerd. Ik ben zelf opgeleid als wetenschapper aan de WUR en als kunstenaar. Het verschil dat ik zie met wetenschappelijk onderzoek is de ruimte voor intuïtie, verbeelding en toeval. Ik hanteer geen vast, vooraf bedacht onderzoeksprotocol, wat ik voorheen als wetenschapper wel altijd moest doen. Mijn artistiek onderzoek ontwikkelt zich steeds stap voor stap, en net als in die beeldende werken weet ik vooraf niet hoe het resultaat zal zijn, maar herken ik het wel als het af is. 

AdV: Ik herken jouw wens om meerdere waarden op tafel te krijgen, dat wil ik zelf ook. Het is ook een vraag in de antropologie, om een diversiteit aan waarden op tafel te krijgen en de blik te openen op iets dat al bekend lijkt.

 

HL: Waar ben je naar op zoek in artistiek onderzoek? 

AdV: Ik wil de vraag oproepen: “Is dit de enige manier waarop wij kunnen communiceren over onderzoek? Of zijn er andere vormen mogelijk?” Als je onderzoek wil doen dat maatschappelijk relevant is, dan moet je je ook afvragen wie uiteindelijk al die wetenschappelijke artikelen gaat lezen. Er wordt zoveel gepubliceerd, want je moet publiceren. De wetenschap is een productiemachine van artikelen. En ik realiseer me dat dat waarde heeft, om onderzoek te communiceren, maar ik denk dat de taal die we nu hanteren voor de communicatie van onderzoek niet toereikend is. Ik wil in mijn werk hoofd, hart en handen met elkaar verbinden. Als ik mijn hart en mijn handen, mijn lijf, niet kan meenemen in mijn onderzoek, dat vraag ik mij af waar het nog over gaat. 

Ik wil de grens oprekken van wat onderzoek is. Ik wil andere manieren van leren omarmen en integreren in de samenleving. We kunnen de wereld niet begrijpen vanuit ons hoofd. We hebben ook het hart en onze handen nodig. Dat betekent dat we moeten onderzoeken welke andere vormen van onderzoek er nog meer zijn. Daarom vind ik het interessant om te kijken wat er is aan artistiek onderzoek en hoe we dat met wetenschap kunnen verbinden. En om dat aan studenten te laten zien en ook om te kijken waar onze eigen expertise hierin ophoudt. 

 

HL: Hoe reageren studenten op de onderzoeksmethoden die je ze laat ervaren?

AdV: Tot dan toe leerden studenten vooral wat ze later aan rampen te wachten staat, bijvoorbeeld in het kader van klimaatverandering, een onderwerp dat vooral vanuit het hoofd benaderd wordt. In een bijeenkomst vroegen we ze hun emoties rondom dit onderwerp te verkennen en te voelen waar die emoties zich in hun lichaam manifesteren. Op deze somatische manier hadden zij de klimaatverandering nog nooit met elkaar verkend. Ze vonden het fantastisch om het vraagstuk op een heel andere manier te ervaren. Om überhaupt iets te ervaren. Maar dit was wel een groep docenten en studenten die hier al voor open staat. Die komen wel. Maar bij andere collega’s en studenten roept het soms weerstand op. Studenten zeggen dan dat ze hier niet voor naar de universiteit zijn gekomen en vragen wat het nut is. Collega’s vinden soms dat het ten koste gaat van de inhoud. Die inhoud, dat is voor hen de kennis in het hoofd. Alleen het hoofd. Want dat is hoe het in de wetenschappelijke traditie is geleerd, dat er voor het emotionele, het lichamelijke, geen ruimte is in de wetenschap. Als je iets introduceert wat de kaders opent, dan kan dat een gevoel scheppen van onveiligheid. Dus het uitleggen van het waarom is zeer belangrijk.

 

HL: Steunt de universiteit jouw initiatief?

AdV: Ik heb nooit ergens toestemming voor gevraagd, ben gewoon begonnen. Gelukkig krijg ik hier wel uren voor, dus in die zin krijg ik steun. Vergelijkbare initiatieven zijn ook klein begonnen. Er ontstaan nu steeds meer verbindingen tussen deze initiatieven. Op een gegeven moment kan de universiteit niet meer om ons heen! 

De foto’s in dit artikel zijn gemaakt door Heidi Linck tijdens het onderzoeksproject De IJsselkaravaan (2019-2021), waarin zij samen met landschapsarchitect Peter Hermens en met inwoners de lokale ruimtelijke identiteiten in het landschap langs de IJssel verkent.