Bewoning als onderzoeksmethode

Bewoning als onderzoeksmethode

Inwoners als lokale experts

 

7 april 2021

 

In ieder onderzoek dat ik doe, is mijn persoonlijke aanwezigheid in het gebouw of gebied dat ik ga onderzoeken, de basis. Ik zal nooit uitspraken doen over een plek waar ik niet fysiek ben geweest. De duur en intensiteit van mijn aanwezigheid verschilt echter per project. In dit artikel overweeg ik of en welke invloed dit heeft op de kwaliteit van mijn onderzoek ter plaatse. Wat is er aan de oppervlakte van een landschap af te lezen en hoe prik je door die oppervlakte heen naar diepere lagen? Hoe lang moet ik ergens blijven om de Genius Loci te ontmoeten?

 

Wat ook kenmerkend is voor mijn onderzoek is dat ik ter plekke in gesprek ga met inwoners van een gebied of bijvoorbeeld oud-medewerkers van een voormalige fabriek. In die gesprekken wordt mij altijd duidelijk dat zij de experts zijn, en niet ik. 

 


Inwoners en andere gebruikers van een plek zijn dé experts over die plek. 


 

Zij vertellen de verhalen. Zij weten op veel vragen het antwoord. Zij hebben hun omgeving met eigen ogen zien veranderen. Zij kennen elke boom.

 

Zelf kom ik op de plek als een bezoeker van buitenaf. In het minst ideale geval is dat een eenmalig bezoek: genoeg voor een eerste indruk, maar mijn kennis over de plek blijft aan de oppervlakte. 

 

Ik realiseer me dat een eenmalig bezoek al heel veel meer oplevert dan wanneer een gebied alleen online wordt onderzocht op basis van kaarten en feiten. In een fysieke ontmoeting tussen mij en de ruimte, tussen deze twee lichamen, komt een ervaring tot stand die een blijvend spoor zowel in mij als in die ruimte achterlaat. Dat is mijn veronderstelling.

 

Maar als het gaat om de diepgang van het onderzoek zie ik de volgende niveaus en onderzoeksmethodes:

 

Model: diepgang van de kennis over een plek in relatie tot het onderzoek

 

In dit model benader ik het wonen, inwoner zijn, of gebruiker/medewerker, als een methode van onderzoek, omdat er door deze relatie met een plek bewust en onbewust kennis wordt gegenereerd. Omdat veel van die kennis niet bewust of actief gezocht wordt, maar met de tijd vanzelf wordt opgedaan, die kennis vaak impliciet en latent aanwezig. 

 

Hierdoor blijven veel verhalen onbekend, waarmee een kans wordt gemist om betekenis te geven aan de plek of de identiteit te verrijken. Maar wat ook gebeurt is dat bepaalde sensorische informatie helemaal niet meer gezien of gevoeld wordt. Zo zal iemand die vlakbij Schiphol woont, niet meer bij elk laag overvliegend vliegtuig opschrikken. 

 

En hier komt het belang van de andere, meer vluchtige onderzoeksmethoden om de hoek kijken. 

 

Ook al zijn de inwoners en andere (oud-)gebruikers van een plek de lokale experts bij uitstek, wie van buitenaf komt, brengt weer nieuwe kennis in. Een buitenstaander stelt de vragen die de verhalen van de inwoners op tafel brengen. De vragen die de latente kennis in de hoofden en harten van de inwoners manifest maken. 

 


Een buitenstaander stelt de vragen die de latente kennis in de hoofden en harten van de inwoners manifest maken.


 

In mijn praktijk als kunstenaar bestaat er een interessante tussenvorm: de Artist-In-Residence. Hierbij verblijft de kunstenaar gedurende enkele weken tot maanden op dezelfde plek. De kunstenaar als tijdelijke inwoner. Ik merk steeds weer de verandering als ik ergens voor de eerste keer wakker word: dan woon ik daar. Dan hoor ik bij die plek. 

 

Voor mij werkt zo’n verblijf het meest productief als ik lang genoeg verblijf om de diepte in te kunnen gaan en kort genoeg om gewend te raken aan de plek. Enige jaren geleden verbleef ik op een toeristenvisum, dat toen maximaal 30 dagen geldig was, een maand in Rusland voor onderzoek naar de Post-Sovjet transformaties in het urbane landschap op een marinebasis in zee nabij St. Petersburg. Na die 30 dagen was ik nog steeds niet gewend, waardoor ik elke dag weer iets nieuws leerde over het gebied. Maar Rusland went misschien nooit. 

 

 

Ook verbleef ik even lang in een voormalige NAVO-bunker in Nederland. Hoe bijzonder die plek ook was, daar was ik na die maand toch wel helemaal gewend. De eerste nacht was elk geluid een vijand. De laatste nacht hoorde ik ze niet eens meer. Als je merkt dat je geen nieuwe dingen meer ontdekt, is het tijd voor een nieuwe plek, of een nieuwe onderzoeker. 

 

 


Als je merkt dat je geen nieuwe dingen meer ontdekt, is het tijd voor een nieuwe plek, of een nieuwe onderzoeker. 


 

Momenteel werk ik aan een onderzoek waarbij ik langs de IJssel verkenningen doe in het landschap, samen met een landschapsarchitect. Vooraf heeft de opdrachtgever bepaald dat wij per gebied steeds één verkenning doen en één gesprek met de inwoners voeren. Net als het gesprek met de inwoners echt op gang komt, gaan we door naar de volgende locatie. Hoewel we elke halte afronden met een gedragen vervolgplan, voel ik steeds de wens om nog even te blijven en de diepte in te gaan. Ik heb boeren ontmoet waar ik wel een weekje stage had willen lopen om hun verhalen zelf te kunnen voelen. Ik heb inwoners gesproken die op zolder nog wel een fotoboek hadden liggen over hoe hun directe omgeving er vroeger uitzag. En ik heb plekken gezien waarvan ik nog steeds niet het verhaal er achter ken. 

 

 

Conclusie

Een eenmalig bezoek aan de plek brengt je in fysiek en geestelijk contact met wat er aan het oppervlak te zien en te voelen is. Bewonen is de meest langdurige onderzoeksmethode, maar niet per se de enige juiste. Inwoners, gebruikers en oud-medewerkers zijn de lokale experts bij uitstek over de gegeven plek. Buitenstaanders brengen een frisse blik en stellen nooit gestelde vragen over wat zij ter plekke gezien hebben. Nooit gestelde vragen leiden tot nooit vertelde verhalen en het opnieuw waarnemen van waar men aan gewend is geraakt. In een onderzoek naar de Genius Loci van een plek dient de aard, intensiteit en de tijdsduur van de aanwezigheid ter plaatse zó gekozen te worden, dat het punt bereikt kan worden dat een plek tot op de bodem onderzocht is.